ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9423
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens te late betaling griffierecht in hoger beroep WAO-zaken
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen inzake een WAO-zakenprocedure. De Raad van 6 mei 2009 verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht.
Appellant deed verzet tegen deze beslissing, maar verscheen niet op de zitting. Uit het dossier blijkt dat het griffierecht pas op 6 maart 2009 werd betaald, terwijl de Raad een termijn van vier weken had gesteld die op 29 januari 2009 begon te lopen.
Appellant voerde ter verontschuldiging aan dat hij een hersteltermijn had gekregen om bijzondere bijstand nader toe te lichten, maar dit was onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen. De Raad oordeelde dat appellant had moeten begrijpen dat het griffierecht niet tijdig zou worden betaald en dat hij de Raad hierover had moeten informeren.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. De Raad benadrukte dat hierdoor geen inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep mogelijk is en dat het te laat betaalde griffierecht van €107,- aan appellant wordt terugbetaald. Er werd geen veroordeling in de kosten van het verzet uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht te laat is betaald, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk blijft.