ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging weigering Ziektewetuitkering wegens onjuiste maatstaf arbeid
Appellante, laatstelijk werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek wegens knie-, rug- en later schouderklachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering en later ook verdere Ziektewetuitkering, omdat zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het UWV zijn standpunt over de datum van hersteldmelding wijzigde.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en overhandigde medische verklaringen. De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldige medische beoordeling had verricht, maar dat de maatstaf voor de arbeid onjuist was. De bezwaarverzekeringsarts had de functie van sorteerder/controleur als maatgevende arbeid genomen, terwijl deze functie in de WIA-procedure was vervallen.
De Raad stelde vast dat de functie van productiemedewerker industrie als maatstaf diende en dat appellante daarvoor geschikt was. Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank, met verbetering van de gronden, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot weigering van de Ziektewetuitkering en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten.