ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering en heropening onderzoek schadevergoeding redelijke termijn
Appellant heeft een Wajong-uitkering aangevraagd met ingang van 19 april 1990, welke door het UWV is geweigerd. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom de geselecteerde functies geschikt waren en onvoldoende rekening had gehouden met beperkingen van appellant.
Het UWV heeft vervolgens de beperkingen van appellant opnieuw beoordeeld en functies geselecteerd die op 4 december 1991 op de arbeidsmarkt voorkwamen. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep bevestigden dat het UWV de datum in geding zo goed mogelijk had benaderd en dat de functies passend waren. De Raad vond geen grond om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid per 19 april 1990.
Daarnaast heeft appellant een verzoek ingediend om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase. De Raad constateerde dat de totale procedure ruim zeven jaar duurde, wat de redelijke termijn overschrijdt. Daarom wordt het onderzoek heropend om over het verzoek tot schadevergoeding te beslissen, waarbij ook de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken.
De uitspraak bevestigt het besluit van het UWV en de rechtbank, en leidt tot een nieuwe procedure over de schadevergoeding wegens de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering en heropent het onderzoek voor een beslissing over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.