ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als hulpgroepsleidster, viel uit met psychische klachten en diverse lichamelijke aandoeningen. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de WIA-uitkering.
In de bezwaarprocedure en bij de rechtbank werd deze beslissing bevestigd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door fibromyalgie en andere klachten meer beperkt was dan aangenomen en dat de voorgestelde functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig en uitgebreid was uitgevoerd, inclusief rapportages van specialisten. De beperkingen waren adequaat vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst en de arbeidskundige rapporten motiveerden voldoende waarom de geselecteerde functies binnen het bereik van appellante lagen.
De Raad vond geen aanleiding om de eerdere uitspraak te wijzigen en bevestigde de weigering van de WIA-uitkering. Tevens werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.