ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dagloonherziening wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar vroegpensioenpremie
Appellant kreeg een WAO-uitkering toegekend met een dagloon vastgesteld op 25 augustus 2006. Dit dagloon hield rekening met de aftrek van de vroegpensioenpremie en was voorlopig vastgesteld vanwege een te verwachten cao-wijziging. Appellant maakte geen bezwaar tegen dit besluit.
Later werd het dagloon per 14 juni 2005 herzien op 15 februari 2007 vanwege een cao-wijziging. Appellant maakte bezwaar tegen het niet meetellen van de vroegpensioenpremie bij deze herziening, maar dit bezwaar werd op 11 juli 2007 ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit van 25 augustus 2006 een definitieve vaststelling van het dagloon bevatte, behoudens cao-wijzigingen, en dat het ontbreken van bezwaar tegen dit besluit het rechtens verbindend heeft gemaakt. Hierdoor had het bezwaar tegen het besluit van 15 februari 2007 niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. De Raad vernietigt daarom de aangevallen uitspraak en veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het herzieningsbesluit dagloon is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 11 juli 2007 vernietigd.