ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet meer wonen in woning
Appellanten ontvingen bijstand van 1997 tot 2004. Na een fraudesignaal werd vastgesteld dat zij vanaf 1 januari 2003 niet meer in de opgegeven woning woonden. Het College trok daarom de bijstand over die periode in en vorderde terugbetaling.
De rechtbank vernietigde het besluit over december 2002, maar bevestigde de intrekking vanaf 1 januari 2003. Appellanten stelden dat zij niet wisten dat zij hoger beroep moesten instellen tegen dat oordeel en dat hun advocaat hen daar niet over had geïnformeerd.
De Raad oordeelt dat de rechtbank het standpunt van appellanten over het niet meer wonen in de woning uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft verworpen en dat zij tegen dat oordeel hoger beroep hadden moeten instellen. Het verweer dat zij niet op de hoogte waren van de noodzaak daartoe, doet hieraan niet af.
Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.