ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering per 16 april 2006 werd herzien van 80-100% arbeidsongeschiktheid naar 25-35%. Na bezwaar werd dit aangepast naar 35-45%, maar de rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank vond de medische en arbeidskundige grondslag deugdelijk en oordeelde dat de psychische beperkingen van appellante niet zwaarder waren dan vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV haar psychische beperkingen had miskend en dat zij bewijs had geleverd van behandeling en opname wegens psychische klachten. Zij stelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom zij ondanks gelijkblijvende klachten benutbare mogelijkheden zou hebben.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. Hoewel appellante medicatie gebruikte en was opgenomen na de datum in geschil, was zij ten tijde van 16 april 2006 niet meer onder psychiatrische behandeling en ontbrak medisch bewijs voor zwaardere beperkingen. De arbeidsdeskundige had voldoende aangetoond dat de functies die aan de schatting ten grondslag lagen passend waren bij haar belastbaarheid.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door rechter T. Hoogenboom op 23 september 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellante af.