ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8441

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-1831 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
  • J. Riphagen
  • M.S.E. Wulffraat-van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet WIA)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek

Appellante, die als schoonmaakster werkte en uitviel wegens een trombosebeen en andere fysieke klachten, kreeg een WIA-uitkering geweigerd door het UWV op basis van een medisch onderzoek en arbeidsdeskundige beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond.

In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer beperkt is dan aangenomen en dat de geselecteerde functies, met name brug- en sluiswachter, ongeschikt zijn. Ook stelde zij dat haar opleidingsniveau onjuist was vastgesteld.

De Raad concludeert dat het besluit steunt op een zorgvuldig medisch onderzoek, waarbij ook informatie van huisarts en specialisten is betrokken. De geselecteerde functies worden als passend beoordeeld, en het opleidingsniveau is terecht op niveau 2 gesteld. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.

Er is geen aanleiding om af te wijken van het bestreden besluit en het beroep wordt definitief afgewezen.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

08/1831 WIA
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 15 februari 2008, 07/1871 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 september 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft H. Yurdusen, werkzaam bij Ferman Juridisch Advies te Arnhem, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juli 2009. Appellante is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Diekema.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellante was werkzaam als schoonmaakster bij twee schoonmaakbedrijven voor in totaal 5,5 uur per week, toen zij in 2004 uitviel met klachten samenhangende met een trombosebeen. Later kwamen daar andere fysieke klachten bij. Bij het einde van de wachttijd is appellante onderzocht door een verzekeringsarts die beperkingen aannam ten aanzien van persoonlijk functioneren, dynamisch handelen en statische houdingen. Deze beperkingen zijn neergelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst op basis waarvan een arbeidsdeskundige functies heeft geselecteerd uit het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem en het verlies aan verdiencapaciteit heeft berekend op 0%. In overeenstemming hiermee heeft het Uwv bij besluit van 9 november 2006 geweigerd appellante per 2 oktober 2006 een uitkering ingevolge de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen. Bij besluit van 5 april 2007 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het namens appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Namens appellante is in hoger beroep aangevoerd dat zij meer beperkt is dan het Uwv heeft aangenomen. Hervatting in aangepast werk voor 1 uur per dag is zelfs mislukt. Zij kan haar huishouden niet meer runnen. Voorts meent appellante dat de geselecteerde functies en in het bijzonder de functie brug- en sluiswachter voor haar ongeschikt zijn. Appellante heeft daarbij opgemerkt dat haar opleidingsniveau ten onrechte op 2 is gesteld.
4.1. De Raad is van oordeel dat het bestreden besluit berust op een zorgvuldig medisch onderzoek. De primaire verzekeringsarts heeft appellante onderzocht en beschikte over informatie van de bedrijfsarts van appellantes werkgevers. In bezwaar was informatie van de huisarts en de behandelend specialisten aanwezig. Deze informatie heeft de bezwaarverzekeringsarts A.D.C. Huijsmans blijkens haar rapport van 28 februari 2007, bij haar beoordeling betrokken. De Raad ziet in de beschikbare medische informatie, waaronder de in eerste aanleg ingezonden brief van de huisarts van appellante, geen reden voor twijfel aan de voor appellante aangenomen beperkingen. In dat verband merkt de Raad op dat de orthopedisch chirurg en de reumatoloog geen noemenswaardige objectiveerbare medische afwijkingen bij appellante hebben gevonden.
4.2. De voor appellante geselecteerde functies samensteller metaalwaren, brugwachter/sluiswachter, wikkelaar/samensteller elektronische apparatuur en de reservefunctie samensteller kunststof- en rubberindustrie acht de Raad voor appellante geschikt. In dat verband merkt de Raad op dat het opleidingsniveau van appellante, die het lager onderwijs heeft voltooid en ook nog enige jaren VMBO heeft gevolgd, terecht op niveau 2 is gesteld. Voorts is de Raad van oordeel dat de signaleringen op het resultaat functiebeoordeling van de geselecteerde functies door de (bezwaar)arbeidsdeskundige adequaat zijn toegelicht.
4.3. Hetgeen onder 4.1 en 4.2 is overwogen leidt tot de conclusie dat de rechtbank terecht het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond heeft verklaard. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en J. Riphagen en M.S.E. Wulffraat-van Dijk als leden, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 september 2009.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.C.A. Wit.
EK