ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering naar hogere arbeidsongeschiktheidsklasse wegens vergissing
Appellante was sinds november 2001 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering die meerdere malen werd herzien. In 2007 werd haar uitkering ingetrokken wegens vermeende afname van arbeidsongeschiktheid, maar dit besluit werd later herroepen. Vervolgens werd haar uitkering herzien naar de klasse 25 tot 35%, waartegen appellante bezwaar maakte omdat zij meent niet meer dan 12 uur per week te kunnen werken.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was verricht en dat er geen medische grond was voor een verdere beperking dan 24 tot 28 uur per week. De rechtbank ging akkoord met de vastgestelde functies en de arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35%.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat haar belastbaarheid was overschat. De Raad kon zich verenigen met het medische oordeel van de rechtbank, maar stelde vast dat bij de berekening van de arbeidsongeschiktheidsklasse een vergissing was gemaakt: de juiste klasse zou 35 tot 45% moeten zijn in plaats van 25 tot 35%.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en stelde met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, Awb zelf vast dat de WAO-uitkering van appellante met ingang van 20 december 2007 wordt herzien naar de klasse 35 tot 45%. Tevens werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellante wordt herzien naar de klasse 35 tot 45% met ingang van 20 december 2007.