ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als fulltime agrarisch medewerkster, viel uit wegens psychische klachten. Het UWV weigerde haar per 28 augustus 2006 een WIA-uitkering toe te kennen omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd geschat. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige beoordeling voldoende onderbouwd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst voor de geduide functies. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische grondslag van het besluit zorgvuldig was en dat de taalvaardigheidseis voor de functies zeer beperkt was, mede gelet op door appellante zelf geschreven brieven.
De Raad vond ook dat de arbeidskundige onderbouwing voldoende was en dat de klachten over de functiebeschrijvingen niet onderbouwd waren. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.