ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-uitkeringen wegens gezamenlijke huishouding ondanks verschillende woonadressen
Appellanten ontvingen beiden een AOW-pensioen voor ongehuwden. Na anonieme tips stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) een onderzoek in en herzag zij de pensioenen met ingang van 1 november 2006, omdat appellanten een gezamenlijke huishouding zouden voeren op het adres van appellante.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad toetste of appellanten voldeden aan het criterium van hoofdverblijf in dezelfde woning en de wederzijdse zorg, zoals vereist voor gezamenlijke huishouding volgens de AOW.
De Raad oordeelde dat het feit dat appellanten verschillende woonadressen aanhielden niet uitsluit dat zij een gezamenlijke huishouding voeren. Uit verklaringen bleek dat appellant het merendeel van de week bij appellante verbleef en dat zij samen sociale activiteiten ondernamen en zorg voor elkaar droegen.
De Raad vond geen dringende redenen om af te wijken van de herziening en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De herziening van de AOW-uitkeringen door de Svb was terecht en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de AOW-uitkeringen wegens gezamenlijke huishouding ondanks verschillende woonadressen.