ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als administratief medewerker pensioenbeheer, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat appellant geschikt was voor zijn maatstafarbeid en beëindigde het recht op ziekengeld. Appellant maakte bezwaar en voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV terecht de laatst verrichte arbeid als maatstafarbeid hanteerde en dat de medische beoordeling zorgvuldig en overtuigend was gemotiveerd. De ingebrachte medische rapporten van de behandelend sector werden door de bezwaarverzekeringsarts weerlegd.
De Raad zag geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige en bevestigde de eerdere uitspraak dat appellant niet arbeidsongeschikt is voor zijn maatstafarbeid, waardoor het recht op ziekengeld terecht is beëindigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd.