ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant had een WAO-uitkering die in 2004 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit, maar de Raad van State bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen met een deugdelijke motivering van de arbeidskundige grondslag.
Het UWV nam in 2007 een nieuw besluit op bezwaar, waarop appellant opnieuw beroep instelde met medische en arbeidskundige grieven. De rechtbank oordeelde dat de medische grieven niet opnieuw beoordeeld konden worden omdat de Raad in 2007 de medische beoordeling had bevestigd. De arbeidskundige grondslag werd als deugdelijk beoordeeld.
In hoger beroep betoogde appellant dat de medische beoordeling wel ter discussie moest staan en dat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om de geduide functies te vervullen. De Raad oordeelde dat de medische grondslag onherroepelijk vaststaat en dat appellant voldoende Nederlands spreekt en computervaardigheden bezit om de eenvoudige functies uit te oefenen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.