ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde WAO-uitkering met vakantiegeld
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om een bedrag van €220,98 aan teveel betaalde WAO-uitkering in te houden op haar vakantiegeld. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat het moederbesluit tot terugvordering in rechte onaantastbaar was geworden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV niet met haar curator of bewindvoerder had overlegd en dat de regels omtrent de beslagvrije voet niet waren nageleefd. De Raad overwoog echter dat het UWV wettelijk verplicht was tot terugvordering en geen overlegplicht had met de curator. Tevens was geen onjuiste maatstaf gehanteerd bij het berekenen van de beslagvrije voet en waren er geen bijzondere omstandigheden die invordering in de weg stonden.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 9 september 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en het bestreden besluit tot verrekening van teveel betaalde WAO-uitkering met vakantiegeld wordt bevestigd.