ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig algemeen medewerker in een verzorgingsinstelling, ontving een WAO-uitkering die werd ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg per 7 augustus 2006. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank het besluit van het UWV bevestigd, waarbij zij oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderzoeken, uitgevoerd door respectievelijk de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige, voldoende waren gemotiveerd en geen aanleiding gaven tot het stellen van aanvullende beperkingen.
In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden aangevoerd, maar de Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De actuele psychische problemen van appellant zijn volgens de Raad pas na de peildatum ontstaan en bieden daarom geen grond voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Ook is er geen reden om een deskundige in te schakelen voor aanvullend medisch advies.
De Raad bevestigt verder dat de door het UWV geselecteerde voorbeeldfuncties, waaronder portier/toezichthouder en wikkelaar/samensteller elektronische apparatuur, passend zijn voor appellant. De Raad acht het aannemelijk dat appellant aan de functie-eisen voldoet, mede gelet op zijn opleidingsniveau, cognitieve capaciteiten en arbeidsverleden. Gezien deze overwegingen wordt het beroep van appellant ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.