ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens voldoende vastgestelde beperkingen
Appellant vroeg op 19 april 2006 een WAJONG-uitkering aan vanwege gedragsproblematiek van jongs af aan. Verzekeringsarts Meels stelde beperkingen vast, en arbeidsdeskundige Duijx selecteerde vier functies op basis waarvan de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% werd vastgesteld. Het UWV wees de uitkering op 25 augustus 2006 af.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat een psychologisch onderzoek noodzakelijk was. Dit werd door bezwaarverzekeringsarts Van der Kooij bevestigd, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. Na vernietiging door de rechtbank Maastricht en een hoorzitting bleef het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende informatie had en dat geen psychologisch onderzoek verplicht was, omdat geen twijfel bestond over de beperkingen.
In hoger beroep herhaalde appellant het standpunt over het ontbreken van psychologisch onderzoek. De Raad volgde de rechtbank en zag geen reden een deskundige in te schakelen. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering omdat de beperkingen juist zijn vastgesteld en appellant in staat wordt geacht de geselecteerde functies te verrichten.