ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor werk als receptioniste
Appellante, werkzaam als telefoniste/receptioniste, meldde zich ziek vanwege rugklachten en ontving ziekengeld. Na onderzoek door verzekeringsarts Van der Voort werd zij per 22 januari 2007 hersteld verklaard voor haar werk, waarna het UWV het recht op ziekengeld beëindigde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij ernstige rugklachten had die haar belemmerden haar werk te verrichten. De Raad overwoog dat de verzekeringsarts na lichamelijk onderzoek weinig beperkingen vaststelde en concludeerde dat het werk geschikt was, mede vanwege de wisselende houdingen tijdens het werk. Ook bezwaarverzekeringsartsen bevestigden dit beeld, waarbij werd vastgesteld dat de klachten passen binnen een activerende behandelwijze.
Gezien het ontbreken van tegenstrijdige medische informatie in hoger beroep, oordeelde de Raad dat het UWV terecht het recht op ziekengeld had beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellante is per 22 januari 2007 terecht beëindigd wegens geschiktheid voor haar werk als telefoniste/receptioniste.