ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6838
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na herstelverklaring bij Carpaal Tunnel Syndroom
Appellante, voormalig financieel administratief medewerkster, meldde zich ziek vanwege klachten van het Carpaal Tunnel Syndroom (CTS) en oogklachten. Na onderzoek door verzekeringsarts Witjens werd zij per 2 april 2007 hersteld verklaard en verloor zij het recht op ziekengeld. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door de bezwaarverzekeringsarts Greveling, die oordeelde dat de klachten geen belemmering vormden voor haar administratieve werkzaamheden.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten, waaronder psychische problemen en oogklachten, waren onderschat en dat zij niet wist dat zij medische informatie kon opvragen, wat haar in een ongelijke positie bracht. De Raad overwoog dat de medische gegevens geen nieuwe feiten bevatten die tot een ander oordeel zouden leiden en dat appellante voldoende was geïnformeerd over de procedure en het indienen van medische stukken.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante per 2 april 2007 in staat was tot arbeid en dat het beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en er was geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld eindigt per 2 april 2007.