ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6591
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende objectieve bevestiging
Appellant, geboren in 1939 in voormalig Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet is vastgesteld dat appellant getroffen is door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
In beroep stelde appellant dat hij verschillende traumatische gebeurtenissen had meegemaakt, zoals beschietingen, het wegvoeren van Nederlanders, mishandelingen en een inval in zijn woning. De Raad stelde vast dat deze gebeurtenissen niet bevestigd worden door objectieve gegevens, maar slechts door de eigen verklaring van appellant. Volgens vaste jurisprudentie is een eigen verklaring onvoldoende zonder aanvullende objectieve bewijsstukken.
Appellant overlegde passages uit een boek waarin soortgelijke gebeurtenissen worden beschreven, maar deze konden niet worden toegerekend aan zijn persoonlijke situatie. Daarom kon het bestreden besluit in stand blijven. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door A. Beuker-Tilstra, in aanwezigheid van griffier K. Moaddine.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan objectieve bevestiging van de door hem gemelde oorlogservaringen.