ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6562
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en herziening
Appellant, geboren in 1939 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht meerdere malen om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiapperiode. Zijn verzoeken werden door verweerster telkens afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en het ontbreken van nieuwe feiten die tot herziening konden leiden.
De Raad stelde vast dat appellant grotendeels dezelfde feiten en omstandigheden aanvoerde als in eerdere procedures en dat de enkele nieuwe stelling omtrent getuige zijn van executies niet objectief bevestigd kon worden. De discretionaire bevoegdheid van verweerster om besluiten te herzien werd met terughoudendheid getoetst.
De Raad concludeerde dat verweerster in redelijkheid tot haar besluiten kon komen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Deze uitspraak bevestigt de strikte toetsing bij herzieningsverzoeken en de noodzaak van nieuwe, objectief verifieerbare feiten om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer te verkrijgen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen.