ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 1999 een WAO-uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV heeft in 2006 de uitkering ingetrokken omdat zij weer in staat werd geacht om met haar beperkingen een inkomen te verwerven dat wijst op minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen groter zijn dan aangenomen, onderbouwd met een brief van haar orthopedisch chirurg die een sensibiliteitsstoornis vaststelde.
De Raad oordeelt echter dat deze informatie niet leidt tot een ander oordeel, mede omdat de informatie dateert van na de relevante beoordelingsdatum. De medische en arbeidskundige beoordelingen zijn zorgvuldig en gebaseerd op uitgebreide medische informatie. Er zijn geen aanwijzingen dat de beperkingen zijn onderschat, en ook de functies die appellante geacht wordt te kunnen vervullen zijn passend.
De Raad concludeert dat de intrekking van de WAO-uitkering terecht is en bevestigt de aangevallen uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid is afgenomen tot minder dan 15%.