ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant is sinds 8 maart 2004 arbeidsongeschikt geworden door psychische klachten en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft dit verzoek op 7 februari 2006 afgewezen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant maakte bezwaar, dat op 29 augustus 2006 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, oordelend dat de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV zorgvuldig en juist waren.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn voormalige werkgever een grote rol had in het ontstaan en voortduren van zijn ziekte en dat hij recht had op een uitkering. De Raad overwoog dat er geen medische gegevens waren aangeleverd die twijfel konden zaaien over de juistheid van het UWV-onderzoek. De functies waarop het besluit was gebaseerd, werden als medisch geschikt voor appellant beschouwd.
Hoewel de Raad begrip toonde voor de problematische situatie van appellant na zijn uitval, achtte zij de klachten over de ex-werkgever buiten de reikwijdte van het besluit en liet deze onbesproken. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.