ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens herstel verdiencapaciteit
Appellante, die na een auto-ongeluk met whiplash klachten arbeidsongeschikt was verklaard, kreeg een WAO-uitkering toegekend. Het UWV trok deze uitkering per 20 juli 2006 in, omdat zij weer in staat werd geacht haar eigen werkzaamheden als administratief medewerkster volledig te verrichten en geen verlies aan verdiencapaciteit meer had.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV wegens onvoldoende arbeidskundige motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen werden onderschat en dat een urenbeperking van maximaal 16 uur per week op energetische gronden noodzakelijk was.
De Raad oordeelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 2006 en 2008, waarop het besluit was gebaseerd, voldoende rekening hield met de beperkingen van appellante. Medische rapporten van neuroloog en neuropsycholoog gaven geen aanwijzingen voor beperkingen die een urenbeperking rechtvaardigen. De arbeidskundige rapporten toonden aan dat appellante haar eigen werkzaamheden kan verrichten.
Daarom was er per 20 juli 2007 geen sprake meer van verlies aan verdiencapaciteit en was de intrekking van de WAO-uitkering terecht. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering is bevestigd omdat appellante haar eigen werkzaamheden weer kan verrichten zonder verlies aan verdiencapaciteit.