ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bedrijfskapitaal en intrekking bijstand wegens niet-levensvatbaar bedrijf en woonplaatsverlies
Appellant diende een aanvraag in voor bedrijfskapitaal en levensonderhoud op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) om een eenmanszaak in cosmetica en levensmiddelen te starten. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam vroeg advies aan FCBV, dat concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar was vanwege onvoldoende omzetverwachting en andere factoren. Het College wees de aanvraag af en trok de bijstand in vanaf het moment dat appellant niet langer woonplaats had in Rotterdam.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad onderschrijft het oordeel dat het College terecht het advies van FCBV heeft gevolgd, dat op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen zonder feitelijke onjuistheden. Tevens is vastgesteld dat appellant sinds 29 maart 2006 niet meer in Rotterdam woonde, waardoor het recht op bijstand verviel.
De Raad ziet geen dringende redenen om af te zien van intrekking en terugvordering van bijstandskosten en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag en intrekking van bijstand worden bevestigd.