ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige beperkingen
Appellante was arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering die in 2006 werd herzien en verlaagd naar een mate van arbeidsongeschiktheid tussen 15 en 25%. Zij betwistte deze herziening en voerde aan dat haar psychische en lichamelijke klachten ernstiger waren dan vastgesteld, en dat zij de aangeduide functies niet kon verrichten.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit vanwege een procedurele tekortkoming en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen. Dit nieuwe besluit handhaafde de herziening van de uitkering. Appellante ging hiertegen in hoger beroep en overhandigde medische verklaringen van psychiaters ter onderbouwing van haar klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het UWV deugdelijke onderbouwing boden. De Raad nam de rapportages van verzekeringsartsen en psychiatrische verklaringen in beschouwing, maar vond geen aanleiding om de beperkingen van appellante hoger te schatten dan het UWV had gedaan. Ook zag de Raad geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25% wordt bevestigd.