ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, voormalig directiesecretaresse, kreeg vanaf 23 maart 2000 een WAO-uitkering toegekend vanwege psychische klachten. Na een herbeoordeling in 2006 stelde het UWV vast dat haar beperkingen waren afgenomen en trok de uitkering per 26 december 2006 in. Appellante maakte bezwaar en bracht aanvullende medische rapporten in, waaronder een expertise van psychiater Van der Poel die een lichtere psychiatrische diagnose stelde.
De bezwaarverzekeringsarts Klijn en arbeidsdeskundige Kalthof concludeerden dat appellante ondanks haar klachten in staat was om bepaalde functies te vervullen, waarbij de intensieve samenwerking in die functies werd betwist door appellante maar door de Raad niet werd bevestigd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV voldoende was en dat de functies voldeden aan de vastgestelde beperkingen.
Ook een discussie over tilbelasting in een specifieke functie leidde niet tot een ander oordeel, omdat alternatieve functies met vergelijkbare verdiencapaciteit beschikbaar waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.