ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening terugvordering WWB wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht om herziening van een eerder genomen besluit tot terugvordering van bijstandskosten over de periode juni 2006. Het College had het verzoek afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een herziening konden rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij zich onvoldoende had gerealiseerd dat de vordering kon worden gebruteerd en dat het bruteringsbedrag evident onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het niet voldoende is dat appellant zich aanvankelijk niet bewust was van de brutering; dit vormt geen nieuw feit of omstandigheid zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Ook de stelling dat het bruteringsbedrag evident onjuist zou zijn, leidt niet tot een andere beoordeling. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.