ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking bijstandsuitkering wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om de bijstandsuitkering met ingang van 2 februari 2006 in te trekken. Dit besluit was genomen nadat appellant twee maal niet was aangetroffen bij onaangekondigde huisbezoeken en drie maal niet was verschenen op oproepen van de Dienst Werk en Inkomen.
Het bezwaar werd echter niet-ontvankelijk verklaard omdat het buiten de wettelijke termijn was ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar werd geacht. Appellant stelde in hoger beroep dat de termijnoverschrijding wel verschoonbaar was, verwijzend naar een brief van het College van 29 maart 2006.
De Raad oordeelt dat deze brief, gezien de eerdere besluitvorming, niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding kan leiden en bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.