ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4382
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering vervolgingsslachtoffer wegens gebrek aan duurzame verbondenheid met Nederland
Appellant, geboren in 1926 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in juni 2006 een aanvraag in voor een periodieke uitkering als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. De aanvraag werd afgewezen door de Pensioen- en Uitkeringsraad omdat appellant niet voldeed aan de eisen van nationaliteit en woonplaats, en er geen sprake was van een klaarblijkelijke hardheid die toepassing van de wet zou verhinderen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de Raadskamer bevoegd is om in uitzonderlijke gevallen personen die niet voldoen aan de nationaliteits- en woonplaatsvereisten toch gelijk te stellen aan vervolgingsslachtoffers indien anders sprake zou zijn van een klaarblijkelijke hardheid. Deze bevoegdheid is discretionair en vereist een zorgvuldige afweging.
In het geval van appellant werd geoordeeld dat hij geen hechte en duurzame verbondenheid met de Nederlandse samenleving heeft. Zijn diensttijd van twee jaar in het KNIL was onvoldoende om deze verbondenheid aan te tonen. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit niet onredelijk was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan hechte en duurzame verbondenheid met Nederland.