ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4379
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende invaliditeit
Appellant, geboren in 1938 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in mei 2007 een aanvraag in om als burger-oorlogsslachtoffer erkend te worden en een uitkering te ontvangen. Een eerdere aanvraag uit 1991 was reeds afgewezen wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit. Appellant stelde dat zijn psychische klachten sinds die tijd waren toegenomen.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat de psychische klachten slechts geringe beperkingen in het dagelijks functioneren veroorzaakten, waardoor geen sprake was van invaliditeit in de zin van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd.
In beroep benadrukte appellant de ernst van zijn klachten, waaronder depressies, agressief gedrag en sociale problemen. De Raad baseerde zich op medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs, waaronder een nader onderzoek door arts G.J. Laatsch. Deze concludeerde dat appellant weliswaar spanningen en sociale beperkingen vertoonde, maar geen invaliditeit had.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd en dat er geen aanwijzingen waren om de medische adviezen te betwijfelen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om als burger-oorlogsslachtoffer erkend te worden is ongegrond verklaard.