ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam in een ijzergieterij in Duitsland en viel uit op 5 juni 2002 wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV weigerde haar na de wachttijd van 52 weken een WAO-uitkering toe te kennen vanaf 4 juni 2003, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank Roermond vernietigde het bezwaarbesluit van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen in stand vanwege onvoldoende arbeidskundige onderbouwing.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en onderschreef zij de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts. De arbeidskundige rapportage toonde aan dat de als geschikt aangemerkte functies de belastbaarheid van appellante niet overschreden.
De Raad verwierp de klachten over onvoldoende motivering van het besluit en het niet opvragen van aanvullende informatie bij de huisarts. Ook nieuw ingebrachte medische informatie gaf geen aanleiding tot twijfel aan de eerdere conclusies. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.