ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering en vaststelling re-integratievisie bij psychische klachten
Appellante, een agrarisch medewerkster, kreeg sinds 1997 een WAO-uitkering wegens psychische en lichamelijke klachten. Na een herbeoordeling in 2006 besloot het UWV de uitkering te beëindigen en een re-integratievisie vast te stellen. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar klachten onvoldoende waren onderzocht en dat zij volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, maar dat de arbeidskundige motivering in de beroepsfase onvoldoende was. De Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel grotendeels bevestigd en benadrukt dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om aanvullende deskundigen in te schakelen. Ook is geen sprake van onderschatting van de beperkingen van appellante.
De Raad concludeert dat de beperkingen van appellante adequaat zijn vastgesteld, mede gezien het ontbreken van afwijkingen bij lichamelijk onderzoek en de informatie over haar psychische toestand. De arbeidskundige beoordeling van de geschiktheid voor functies is eveneens voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de WAO-uitkering bevestigd.