ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens niet-ingezetenschap tijdens verblijf in Suriname
Appellant, woonachtig in België, kreeg een AOW-ouderdomspensioen toegekend met een korting vanwege niet-verzekerde perioden tijdens zijn verblijf in Suriname. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) paste een korting toe omdat appellant en zijn echtgenote niet als ingezetenen van Nederland werden beschouwd in die periode.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad onderzocht of het middelpunt van het maatschappelijk leven van appellant en zijn echtgenote tijdens hun verblijf in Suriname in Nederland lag, wat bepalend is voor ingezetenschap volgens de AOW.
De Raad concludeerde dat ondanks enkele banden met Nederland, zoals een bankrekening en opslagplaats bij familie, deze onvoldoende waren om ingezetenschap aan te nemen. Het ontbreken van inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) en het feit dat zij geen woning of werk in Nederland hadden, waren doorslaggevend.
Appellants beroep werd afgewezen en de korting op het pensioen en toeslag bleef van kracht. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de korting op het AOW-pensioen en toeslag blijft gehandhaafd.