ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3915
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toeslag burger-oorlogsslachtoffer op grond van Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin haar verzoek om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een toeslag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 werd afgewezen. Zij voerde aan dat zij gebeurtenissen had meegemaakt die onder de Wet vallen, met name beschietingen en mishandelingen in de Bersiapperiode vóór de soevereiniteitsoverdracht.
De Raad overwoog dat het verzoek van appellante als een verzoek tot herziening van eerdere besluiten moest worden gezien. De toetsing richtte zich op de vraag of appellante nieuwe feiten of omstandigheden had aangedragen die aanleiding zouden geven tot herziening. De Raad concludeerde dat appellante geen feiten had aangevoerd die niet reeds bekend waren en dat de gebeurtenissen die zij beschreef niet onder de werking van de Wet vielen.
De Raad stelde vast dat de ongeregeldheden in Makassar pas na de soevereiniteitsoverdracht plaatsvonden en dat de historische gegevens geen aanwijzingen bevatten voor ongeregeldheden in de door appellante genoemde periode. Hoewel de omstandigheden angstig waren, rechtvaardigt dit geen erkenning als burger-oorlogsslachtoffer volgens de Wet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het verzoek om toeslag wordt afgewezen.