ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn bij correctienota UWV
Appellante maakte bezwaar tegen correctienota’s over de jaren 2002 tot en met 2005 die het UWV had opgelegd na een boekenonderzoek van de Belastingdienst. Het bezwaar tegen de nota van 2005 werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat het buiten de wettelijke bezwaartermijn was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij het bezwaar wel tijdig had ingediend, maar de Raad overwoog dat dit betoog in essentie een herhaling was van eerdere stellingen die reeds waren verworpen.
De Raad benadrukte dat de bezwaartermijn zes weken bedraagt en dat een bezwaarschrift tijdig is indien het voor het einde van die termijn is ontvangen of, indien per post verzonden, voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en uiterlijk een week na afloop van de termijn is ontvangen. Aangezien het bezwaar niet aangetekend was verzonden, rust de bewijslast op appellante om tijdige verzending aan te tonen, hetgeen niet is gelukt.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak werd op 9 juli 2009 in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.