ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3365
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken causale relatie invaliditeit
Appellant heeft in april 2007 een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. De aanvraag werd afgewezen omdat appellant weliswaar door oorlogsgeweld was getroffen, maar geen blijvende lichamelijke of psychische invaliditeit had opgelopen die verband hield met dat oorlogsgeweld.
De Raad baseerde zich op medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs, die concludeerden dat de psychische klachten van appellant niet het niveau van invaliditeit bereikten en dat lichamelijke klachten zoals schouder-, hart- en darmproblemen niet in causaal verband stonden met het oorlogsgeweld. Een verder medisch onderzoek werd niet noodzakelijk geacht.
De Raad vond het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en zag geen aanleiding om het oordeel van verweerster te betwijfelen. Ook de door appellant aangevoerde gegevens boden geen grond om het besluit te wijzigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de erkenning als burger-oorlogsslachtoffer gehandhaafd.