ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2766

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-3264 AKW - V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens te late betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidsrecht

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een zaak betreffende sociale zekerheidsrecht. De Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan.

Appellant maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door verzet aan te tekenen en stelde dat de brief waarin de betalingstermijn werd gesteld naar een verkeerd adres was gestuurd. De Raad oordeelde dat de brief aan het juiste adres was gezonden, zoals door appellant zelf eerder was opgegeven.

Daarom was de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en werd het verzet ongegrond verklaard. Het te laat betaalde griffierecht wordt terugbetaald aan appellant. De Raad zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.

Uitspraak

08/3264 AKW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 mei, 2008, 06/5771 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank.
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 15 januari 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 15 januari 2009 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 23 juni 2009, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 15 januari 2009 berust - voor zover nu van belang - op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij de brief van 14 oktober 2008 nader gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop het verschuldigde griffierecht tijdig kon worden betaald, was 11 november 2008. Het griffierecht is eerst op 12 november 2008 bijgeschreven op de rekening van de Raad.
In verzet heeft appellant aangevoerd dat de Raad de brief van 14 oktober 2008 aan het verkeerde adres heeft gezonden.
Uit de gedingstukken blijkt dat de brief van 14 oktober 2008 is gezonden aan het juiste adres dat appellant in een brief aan de Raad van 18 juni 2008 uitdrukkelijk als zijn - juiste - adres heeft vermeld. In die omstandigheden kan niet worden gezegd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Het - te laat - betaalde griffierecht (€ 107,--) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) P.A.M. Hulsdouw.
DW