ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vervoersvoorzieningen wegens ontbreken medische indicatie
Appellant heeft op grond van de Wet Voorzieningen gehandicapten (Wvg) een aanvraag ingediend voor vervoersvoorzieningen, waaronder een financiële tegemoetkoming in vervoers- en begeleidingskosten en een pasje voor de Regiotaxi. Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht wees de aanvraag af op advies van de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GG&GD), die concludeerde dat appellant meer dan een kilometer kan lopen en gebruik kan maken van fiets, stadsbus en openbaar vervoer.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen het besluit, stellende dat zijn beperkingen recht geven op de voorzieningen en dat onvoldoende informatie was ingewonnen bij zijn behandelend artsen en huisarts. De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het College de Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente Utrecht 2004 correct had toegepast. Uit het dossier bleek dat de GG&GD beschikte over informatie van de huisarts en fysiotherapeut, en dat de reumatologen geen afwijkingen hadden vastgesteld die het gebruik van openbaar vervoer onmogelijk maken.
De Raad benadrukte dat appellant geen aanvullende medische informatie had overgelegd ter onderbouwing van zijn standpunt en dat de medische adviezen geen indicatie voor de gevraagde voorzieningen gaven. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor vervoersvoorzieningen wegens het ontbreken van een medische indicatie.