ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks waarschijnlijkheidsdiagnose Asperger
Appellant is sinds juni 2000 arbeidsongeschikt en ontving sinds 2001 een WAO-uitkering van 80-100%. In 2006 is deze herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid op basis van verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige gegevens, waarbij beperkingen volgens de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn vastgesteld.
Appellant stelde bezwaar tegen deze herziening en voerde aan dat een psychologisch rapport uit oktober 2006 een waarschijnlijkheidsdiagnose van het syndroom van Asperger bevatte, wat extra beperkingen op het sociale vlak zou rechtvaardigen. De bezwaarverzekeringsarts oordeelde echter dat de reeds aangenomen beperkingen in rubriek 2 van de FML voldoende waren en dat het rapport geen aanleiding gaf tot uitbreiding van beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad acht de zienswijze van de bezwaarverzekeringsarts plausibel en ziet geen medische aanknopingspunten voor extra beperkingen of een urenbeperking. Ook ziet de Raad geen reden om een extern deskundige te benoemen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% wordt bevestigd ondanks de waarschijnlijkheidsdiagnose van het syndroom van Asperger.