ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- K.J. Kraan
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Beëindiging wachtgelduitkering wegens onvoldoende diensttijd voor vervolguitkering
Appellante was van mei 1995 tot oktober 2000 in dienst bij de gemeente Rotterdam en ontving een wachtgelduitkering tot oktober 2005. Na beëindiging van deze uitkering stelde zij dat zij door waardeoverdracht van pensioenrechten aan Stichting Pensioenfonds ABP wel aan de vereiste diensttijd van tien jaar voldeed voor een vervolguitkering.
De Raad overweegt dat voor het recht op een vervolguitkering de diensttijd, die voor pensioen geldig is en in overheidsdienst is doorgebracht, minimaal tien jaar moet bedragen. Waardeoverdracht van pensioenaanspraken leidt niet tot erkenning van diensttijd in de zin van de Verordening. Appellante kan daarom niet worden geacht aan de diensttijdeis te voldoen.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat dit niet nader is onderbouwd. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de wachtgelduitkering bevestigd.