ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting en herziening WAO-uitkering ondanks medische beperkingen
Appellante, laatstelijk werkzaam als sectormanager, ontving een WAO-uitkering wegens bekkeninstabiliteit en lage rugklachten. Het UWV herzag haar arbeidsongeschiktheid en besloot de uitkering voort te zetten met een mate van 45 tot 55%. Appellante stelde dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld en dat de urenbeperking onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beperkingen zorgvuldig waren vastgesteld op basis van rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. De aangewezen rusttijden werden niet als arbeidstijd beschouwd en vormden geen belemmering om acht uren per dag te werken. De functies die appellante passend werden geacht, waren medisch verantwoord en voldeden aan de vereiste afwisseling van werkhouding.
Ook de bezwaren over opleidingseisen werden verworpen, aangezien de gevraagde opleidingen intern en tijdens werktijd konden worden gevolgd en appellante voldoende HBO-opleiding met statistiek had gevolgd. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de voortzetting en herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.