ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bolt
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en korting WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd gekort en later ingetrokken vanwege een gewijzigde beoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de herziening niet-ontvankelijk en wees de beroepen tegen de andere besluiten af. In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV niet bevoegd was tot herbeoordeling vóór het volgens het Besluit bepaalde tijdstip en dat zijn beperkingen werden onderschat.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV bevoegd was tot herbeoordeling op grond van artikel 23 van Pro de WAO en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De medische rapportages van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hielden voldoende rekening met de lichamelijke en psychische klachten van appellant. De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van het UWV te wijzigen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De beslissing van het UWV om de uitkering te korten en later in te trekken werd daarmee bekrachtigd. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en korting van de WAO-uitkering na een zorgvuldige herbeoordeling door het UWV.