ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 1991 een WAO-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een vijfdejaarsherbeoordeling in 2004 stelde een verzekeringsarts vast dat haar beperkingen het gevolg waren van ziekte. Op basis van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en een arbeidsdeskundig onderzoek selecteerde het Uwv functies die appellante nog kon verrichten, waarmee zij geen verlies aan verdiencapaciteit had.
De WAO-uitkering werd per 25 december 2005 ingetrokken. Appellante maakte bezwaar, dat gedeeltelijk werd toegewezen door de rechtbank Breda vanwege gebreken in de arbeidskundige beoordeling. Het Uwv paste daarop de FML aan en herbeoordeelde de functies. Het bezwaar werd opnieuw ongegrond verklaard, waarna appellante in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigt dat de medische grondslag onherroepelijk vaststaat en dat het geschil zich beperkt tot de geschiktheid van drie functies waarop de schatting is gebaseerd. De Raad acht de arbeidskundige onderbouwing voldoende en oordeelt dat het Uwv terecht de intrekking van de WAO-uitkering handhaaft. De Raad wijst opmerkingen van appellante over medische aspecten af en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante per 25 december 2005 wordt bevestigd.