ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WAO-uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, omdat de medische beoordeling en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) als juist werden beschouwd. In hoger beroep betwistte appellante de juistheid van de medische beoordeling en de geschiktheid van de functies waarop de schatting was gebaseerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aangevoerde argumenten geen aanleiding gaven tot een ander oordeel dan de rechtbank. De brief van de reumatoloog en het rapport van de externe arbeidsdeskundige werden besproken, maar de Raad vond de toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige overtuigend om aan te nemen dat appellante de functies kon vervullen. Daarom werd het eerdere besluit op bezwaar vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Desondanks liet de Raad de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand. Tevens werd het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.