ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 15%. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een motiveringsgebrek op arbeidskundig vlak, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat dit in hoger beroep was hersteld.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen, voortkomend uit ME/CVS, onderschat waren en dat zij slechts vier keer vijf uur per week zou kunnen werken, waarbij rustmomenten noodzakelijk zijn. Tevens stelde zij dat de rapportages van haar medisch adviseur Wolthuis ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten.
De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende had gemotiveerd dat geen urenbeperking nodig was en dat appellante geen medische gegevens had overgelegd die dit tegenspraken. De rapporten van Wolthuis, gebaseerd op dossieronderzoek, kregen beperkte waarde toegekend. De functies die appellante kon vervullen waren passend bij haar belastbaarheid.
Daarom bevestigde de Raad de aangevallen uitspraak en handhaafde de intrekking van de WAO-uitkering. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende is.