ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, werkzaam als verkoopster, viel in 1999 uit wegens klachten aan haar linkerelleboog en rechterarm. Na een initiële WAO-uitkering volgde een herbeoordeling in 2005, waarbij het UWV de uitkering introk vanwege een lager vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage. Na bezwaar en beroep werd de uitkering herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde dit, maar verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkingen had, met name aan de linkerarm en door bijkomende aandoeningen zoals metaalallergie en astmatische bronchitis.
De Raad onderschreef de medische beoordeling dat er geen beperkingen aan de linkerarm waren en vond geen medische onderbouwing voor de aanvullende klachten. Ook de arbeidskundige beoordeling dat de geduide functies geschikt zijn, werd bevestigd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellante af.