ECLI:NL:CRVB:2009:BJ0659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht bijzondere bijstand
Appellante, ontvanger van bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), stelde beroep in tegen de weigering van bijzondere bijstand voor een bril en contactlenzen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellante het griffierecht niet binnen de gestelde termijn had voldaan.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door ziekte de brief over het griffierecht niet tijdig had kunnen ophalen en dat het oneerlijk was dat haar beroep daardoor niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad oordeelde dat appellante dit niet met objectieve gegevens had onderbouwd en dat geen feiten of omstandigheden waren gebleken die het verzuim konden rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht, overeenkomstig artikel 8:41, tweede lid, tweede volzin, van de Algemene wet bestuursrecht. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.