ECLI:NL:CRVB:2009:BI9810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens herstel belastbaarheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om het recht op ziekengeld te beëindigen per 2 februari 2007, omdat hij volgens het UWV niet langer wegens ziekte ongeschikt was voor zijn arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat zijn medische beperkingen, waaronder chronische pijn en medicatiegebruik, onvoldoende waren meegewogen en verzocht om een onafhankelijk medisch onderzoek.
De Raad overwoog dat het begrip 'zijn arbeid' in dit geval ten minste één van de functies betreft die bij de WAO-beoordeling waren vastgesteld en dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was uitgevoerd. Er waren geen objectieve medische afwijkingen gevonden die een andere beoordeling rechtvaardigden.
De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts te betwijfelen en wees het verzoek om een onafhankelijk medisch deskundige af. De brief van de arbeidsdeskundige van het UWV bevatte geen nieuwe medische gegevens die het oordeel konden beïnvloeden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.