ECLI:NL:CRVB:2009:BI9020
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag met terugwerkende kracht vóór eerste kwartaal 2006
Appellante, afkomstig uit Irak, kreeg in 2005 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met terugwerkende kracht vanaf november 2002. Zij vroeg kinderbijslag aan met terugwerkende kracht tot 2004, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) kende dit slechts toe vanaf het vierde kwartaal van 2004. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze beslissing ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat artikel 9a van het Besluit uitbreiding en beperking kring van verzekerden volksverzekeringen 1999 (BUB 1999) duidelijk bepaalt dat een vreemdeling pas vanaf de dag van positieve beslissing op de verblijfsvergunning verzekerd is voor de volksverzekeringen. Het feit dat de vergunning met terugwerkende kracht is verleend, leidt niet tot een eerdere verzekering. Appellante was daarom pas vanaf het eerste kwartaal van 2006 verzekerd en had niet eerder recht op kinderbijslag.
Verder stelde de Raad dat eventuele overschrijding van de redelijke termijn in de asielprocedure niet aan de Svb kan worden toegerekend en geen grond vormt om artikel 9a BUB 1999 buiten toepassing te laten. Ook werd geoordeeld dat het besluit niet in strijd is met het recht op gezinsleven of eigendom, noch discriminerend is, aangezien het recht op kinderbijslag pas ontstaat bij daadwerkelijke verzekering.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat kinderbijslag niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend vóór het eerste kwartaal van 2006.