ECLI:NL:CRVB:2009:BI8404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking en herziening WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 1993 werkzaam als schoonmaker, ontving vanaf 1996 een WAO-uitkering vanwege rugklachten. Na een herbeoordeling concludeerde het Uwv dat appellant geschikt was voor gangbare arbeid met minder dan 15% verlies aan verdiencapaciteit en trok de WAO-uitkering in. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij vanwege psychische en fysieke klachten meer beperkt was dan aangenomen en dat de functies niet passend waren. Een door de Raad ingeschakelde deskundige concludeerde dat er wel sprake was van psychiatrische beperkingen, die onvoldoende waren meegenomen in de eerdere beoordeling. De verzekeringsarts stelde daarop de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) bij.
De Raad oordeelde dat het Uwv de beperkingen correct had vertaald in de FML en dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Het Uwv had het eerdere besluit tot intrekking van de uitkering wegens ondeugdelijke arbeidskundige grondslag niet kunnen handhaven, zodat dit besluit werd vernietigd. Het beroep tegen de herziening van de uitkering werd ongegrond verklaard. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen de herziening wordt ongegrond verklaard.